Hoe de New York Times in de fout ging

Heb je net een #komkommerblog geschreven, lees je opeens een geweldig verhaal over een journalistieke miskleun van de New York Times. Een mooi voorbeeld over hoe het niet moet. Over doorgaans betrouwbare anonieme bronnen, die zelf niet goed geïnformeerd waren en de jacht op een primeur.

Het ging om het verhaal dat Hillary Clinton toen ze nog minister van buitenlandse zaken was alleen vanaf haar privé emailadres berichten had gestuurd en niet vanaf een overheidsaccount dat goed gearchiveerd wordt. Een groot deel van die berichten zouden al door haar gewist zijn en er zou een strafrechtelijk onderzoek plaatsvinden naar Clinton door het ministerie van justitie. Maar al gauw bleek dat het helemaal niet om een strafrechtelijk onderzoek naar de praktijken van Hillary Clinton (nu presidentskandidaten) ging, maar om een veiligheidsonderzoek (hetgeen veel minder zwaar is). En het was ook helemaal niet duidelijk of Clinton wel wist dat het om geclassificeerde informatie ging die ze verzond.

images

Wat deed de New York Times toen dat bekend werd.? Ze vervingen het oorspronkelijke artikel dat al op de website gepubliceerd was stilletjes door een aangepaste, mildere versie. Maar de geest was inmiddels uit de fles. En het nieuws (de ergste aantijging, namelijk dat het om een strafrechtelijk onderzoek naar Hillary Clinton ging) was al wereldwijd bekend.

Toen de lezers erachter kwamen, dat dit zo gegaan was, kwamen ze in opstand. Een van hen, Paul Kingsley wilde zijn geld terug voor de editie van vrijdag (waar het foute verhaal in stond) en hij wilde dat op internet  het origineel weer geplaatst zou worden inclusief een verklaring van de NYT over hoe het zo mis had kunnen gaan en wat ze ervan geleerd hebben. Dat zou ook in de papieren krant (die het originele verhaal had afgedrukt) moeten. Vooral het gebruik van anonieme bronnen in het verhaal was hem  een doorn in het oog. Ik heb het hier wel eerder over gehad in het kader van het boek van Joris Luydendijk over de bankiers.  Je leest die blog hier.

Volgens Margaret Sullivan, de ombudsvrouw van de NYT,  zijn er twee grote journalistieke problemen die tot dit artikel hebben geleid. Ze beschrijft dat in deze blog. Competitieve druk en de wens om een scoop (primeur) te brengen zorgde voor te veel haast met het verhaal en niet genoeg voorzichtigheid. De journalisten hadden zelf het bewijsmateriaal moeten inzien en dat is in dit geval niet gebeurd. Zij hebben geschreven over een rapport dat anderen gelezen hadden en waren dus bij hun berichtgeving afhankelijk van de interpretatie van anderen.

Overigens laat het onverlet dat er echt wel wat aan de hand lijkt te zijn met de manier van emailen van Hillary Clinton als minister van buitenlandse zaken. En dat het goed is dat daar wel onderzoek naar gedaan wordt. Maar door de klunzige manier van verslaggeving van de NYT raakt dit nieuws ondergesneeuwd. En heeft de Clinton-campagne daar garen bij gesponnen. Daar is de NYT inmiddels ook van doordrongen. Margaret Sullivan geeft een recept voor betere verslaggeving in vier woorden: less speed, more transparancy. Een les die journalisten wereldwijd zich ter harte kunnen nemen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s