De oorlog van mijn moeder – het schuilkeldertje

Ludendorff Bridge 1945

Mijn moeder was in de oorlog een klein meisjes ( ze was geboren in 1937). Een aantal herinneringen uit het laatste oorlogsjaar heeft ze opgeschreven.

‘”We woonden op een groot bovenhuis aan een gracht. Beneden was ook een woonhuis geweest. Nu was dat uitgebroken en een werkplaats geworden. Alleen een keukentje onder de trap was gebleven. Een deur zat er niet in. We noemden dat keukentje het aardappelkeldertje. Een kelder was het niet en er lag ook geen aardappel meer. Er stond een emmer met kalkwater. Achter de werkplaats bevond zich een hok met kippen. Als de kippen eieren legden, werden de eieren die we over hadden in de kalkemmer gelegd. Op die manier kon je ze bewaren. Die eieren kon je dan niet meer koken, maar wel klutsen en dan opdrinken.

Als de Engelse vliegtuigen ’s nachts hun route over onze stad kozen, werd ik uit bed gehaald, vlug aangekleed en gingen wij in het keldertje zitten. Als ons huis instortte zou de trap blijven staan. Daarom zaten we veilig in dat keldertje. Ik vond dat slim bedacht. Mijn broertje lag op een bankje te slapen. Ik vond er niet veel aan in het keldertje. Er was al lang  geen elektrisch licht meer. We hadden een klein petroleumlampje branden. Ik had niet veel anders te doen dan te luisteren naar het eentonige gebrom van honderden bommenwerpers. Ik heb het zo vaak gehoord, dat het geluid nooit meer uit mijn oren is verdwenen.

Na een poos zei vader dat we voortaan niet meer onder de trap, maar op de trap gingen zitten. Hij zei: als ons huis instort, zijn we in een paar stappen buiten. Dat vond ik weer slim bedacht. Het gedreun van de vliegtuigen was heel dichtbij. Mijn broertje moest nu zittend slapen. Dat was moeilijk voor hem. Hij huilde nogal eens. Het was koud ’s nachts en de deken die ik over me heen had, gleed telkens naar beneden. Moeder had een tas met kleren bij zich en een klein ijzeren kistje. Ik vroeg niet wat er in het kistje zat. Oma zat nu ook bij ons, wat erg gezellig was.

Op een dag riep vader me bij zich. Hij ging me wat vertellen. Ik was al zo groot. Ik zou het best kunnen begrijpen. We gingen aan de tafel zitten. Ik schoof dicht naar vader. De kaart van Duitsland lag op tafel. Vanaf nu zou vader mij iedere dag vertellen hoe ver de Amerikanen oprukten. Hij kon dat op die kaart precies aanwijzen. Hij noemde iedere dag de naam van de een of andere stad, die ik meteen weer vergat. Een naam heb ik altijd onthouden. Dat was Remagen.

Toen de Amerikanen bij Remagen de Rijn waren overgestoken, was voor vader de oorlog afgelopen. Het zou niet lang meer duren, dan werden we bevrijd en zou het leven weer gewoon zijn. Daar snapte ik niets van. Een gewoon leven? Wat was dat nu weer? Het leven, dat er nu was, vond ik gewoon. Ik wist niet beter. Wat er gebeurd was voor 1943, daarvan herinnerde  ik mij slechts een paar flitsen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s